Zo’n avond…

MistBalconee

Zo’n avond waarop je trots bent op hoe je de hele dag allerlei verleidingen hebt weerstaan en mensen, feestjes en uitnodigingen hebt afgewezen. Omdat je de afgelopen tijd te veel prikkels hebt geïnhaleerd, op tijd naar bed wilt en even bij wilt tanken. Want dat is goed voor je…

Zo’n avond waarop je dan uiteindelijk toch een beetje onrustig wordt en om elf uur de muziek keihard aan knalt om nog harder mee te bleeren. En dat dan een voor jou onbekende buurvrouw een half uurtje later langs komt om te vertellen dat ze wil slapen en dat dat niet gaat met die herrie van jou…

Zo’n avond waarop je dan maar besluit zachtjes klassieke muziek aan te zetten om jezelf tot kalmte te manen en je twee minuten later een berichtje krijgt, of je nog een drankje komt doen in de stad.

Zo’n avond waarop je dan de verleiding niet nogmaals weerstaat en meteen – als een echte vrouw – oorlog voert met je kledingkast, want al je broeken zitten in de was, zijn te klein of gescheurd. Je hebt jurken, maar je bent niet in een jurken bui.
En onder het motto ‘ach het is maar één drankje’, besluit je je dan maar iets minder comfortabel in een elegante jurk te hijsen en om half één, compleet tegen je goede voornemens in, vlieg je toch de stad in.

Zo’n avond waarop één drankje er zomaar ineens twee worden en voor je het weet in de volgende kroeg alweer drie.

Zo’n avond waarop je lichaam tintelt en trilt en schreeuwt zodra het muziek hoort en je de dansvloer op sleurt. Waarna jij vervolgens uren lang als een out-of-control-dance-machine met wildvreemden, in je nette elegante jurk, iets minder elegant op rock & roll, reggaeton, pop en keiharde rock staat te hossen.

Zo’n avond waarop je na een wijntje te weinig om jezelf dronken te noemen, en wijntje te veel om jezelf nuchter te noemen dan moe maar voldaan op de fiets naar huis stapt de mistige nacht in.

Zo’n avond waarop je nog een extra stukje om fietst omdat je vuur ziet. Midden in het Plantsoen staat een grote container in brand. Met een glimlach fiets je door, want jij zag een groot vuur en je houdt zo van vuur.

Zo’n avond waarop je thuis komt en je in de spiegel ziet dat je nog steeds een (zeer onaantrekkelijk) knalrood hoofd hebt, je make-up op plekken zit waar jij het niet op had gesmeerd toen je weg ging en je je jurk kun je uitwringen.

Zo’n avond waarop je nog even op het balkon gaat zitten genieten van de stilte van de stad in de mist, maar je na een tijdje merkt dat die overschreeuwd wordt door de tuut in je oren.

Zo’n avond waarop je na een heerlijke douche met gemengde gevoelens om je bed in duikt. Je hebt je weer eens laten verleiden, een heerlijke avond gehad maar morgen mag je op de blaren zitten. Je voelt je bevrijd van allerlei energie, die je er zojuist uit hebt gedanst, maar voelt je lijf al klagen. De zon komt al op en jij moet nog gaan slapen…

Nou zo’n avond dus.
Dat is waarom ik van de stad hou; daar kan dat.
En dat is waarom ik  de stad vervloek; daar kan dat.