Hoe ik het verloren schaap redde

Vandaag ging ik even een wandelingetje maken over de dijk, hier aan het Reitdiep.
Aan de overkant van het water zie ik de schaapsherder die hier in de stad met z’n schaapjes rondtrekt om het gras kort te houden, en bedenk ik me hoe ik vroeger ook schaapsherder wilde worden. Of boswachter, of acrobaat. Op de een of andere manier werkt dat irritante geblaat van die schaapies best rustgevend. Ineens hoor ik een heel zielige “bèèèèèh,” wel heel dichtbij. Ik kijk om en kijk recht in de ogen van een verloren schaap dat een werkelijk sprekende goede imitatie doet van een verzopen katje.

Schaap1

“Wat doe jij hier nou?!” vraag ik ‘m, maar hij zegt niets terug en kijkt me alleen een beetje schaapachtig aan. Blijkbaar vond dit schaap het stil aan de overkant, of dacht ie dat het gras hier groener was. Hoe dan ook, dat schaap zit hier niet goed. Zonder pardon trek ik mijn kleren uit en stap naar de waterkant om het arme schaap te redden. Eerst probeer ik ‘m te lokken, maar dat mocht niet blaten…uh baten… Een schaap lokken, wie probeert uberhaupt ook zoiets? Dus dwars door de brandnetels, toch maar het water in. Ik spreek ‘m liefelijk toe, pak ‘m bij z’n nek en trek ‘m mijn kant op, uit de bosjes. Maar meewerken, ho maar. Kennelijk wilde dit schaap helemaal niet gered worden. Staand op zeer glibberige stenen, liep ik maar te sjorren en te trekken aan dat beest. En hij had het te druk met de blaadjes en grasjes. “Ja ja, wacht even hoor. Eerst even dit blaadje proeven… Mmm! Ow, nu die eens proeven. Wow, lekker zeg! Hey ga eens uit de weg, ik kan nét niet bij dat ene blaadje!”
En terwijl dat beest mij zowaar aan de kant duwt – en ik maar op een manier mijn evenwicht kan bewaren; voorovergebogen, met een hand op de grond, terwijl het andere het schaap vasthoudt, billen in de lucht, gericht naar het water, in een zeer on-charmante slip – komen daar uiteraard een paar bootjes langs varen. Niemand ziet het schaap, want daar sta ik voor, dus ik wordt uiteraard heel hard uitgelachen. Vervolgens heb ik die schaap ook nog eens aan het schijten.
“En nu ben ik er klaar mee! Hup er uit jij!” roep ik tegen het schaap en ik til ‘m op… althans… dat probeer ik…! Een schaap optillen is een kleine moeite, een schaap dat volgezogen is met water, is een heel ander verhaal.

Hoe ik het nou precies voor mekaar krijg weet ik niet, maar na heel veel geklungel heb ik het schaapje op het droge! Nu moet hij nog terug naar de kudde.
Na een stukje lopen, met mijn nieuwe arme schaap, sta ik naar de schaapsherder te schreeuwen, die aan de overkant van het water op z’n auto leunt.
“Hallo meneer! Volgens mij is deze van u!”
“Dat zou maar zo eens kunnen!” roept meneer de schaapsherder terug. “Om hier te komen moet je helemaal om, over die brug daar! Breng ‘m daar maar heen! Dan breng ik de kudde daar heen, anders loopt ie niet mee!”

En zo kwam het dat ik toch mijn jeugddroom toch voor heel even werkelijkheid werd. Ik heb het verloren schaap terug geherderd naar zijn kudde.